Een gelakte houten trap, een betonnen trap met een gladde coating of een stalen buitentrap: ze zien er strak uit, maar op sokken of met natte schoenen glij je er makkelijk vanaf. Vooral bij het naar beneden lopen gaat het mis, omdat je voet dan op de voorkant van de trede landt en daar maar weinig grip heeft.
Een nieuwe trap laten plaatsen kost al snel enkele duizenden euro’s en een paar dagen overlast. Dat is meestal niet nodig. Met een paar gerichte aanpassingen maak je een bestaande trap een stuk veiliger, en vaak kun je dat in een middag zelf doen.
Waar het glad wordt
Kijk eerst waarom je trap glad is. Bij hout is het vaak de lak: hoogglanzende of zijdeglanslak geeft weinig wrijving, zeker als de trap net is gepoetst. Bij tegels en natuursteen speelt de afwerking mee, gepolijst steen is veel gladder dan gezoet of gezandstraald steen. Buitentrappen worden glad door regen, mos, bladeren en in de winter door ijzel.
Let ook op de vorm van de treden. Een trede met een afgeronde of overstekende neus is lastiger dan een rechte trede, omdat je voet minder steun vindt. En een trap waarbij de treden niet allemaal even hoog zijn, zorgt eerder voor een misstap dan een gladde trap op zich.
Antislip op de treden
De meest directe oplossing is antislipmateriaal op de treden aanbrengen. Er zijn grofweg drie soorten. Antisliptape met een korrelstructuur, vergelijkbaar met fijn schuurpapier, geeft veel grip en is geschikt voor buitentrappen en zolderstrappen. Rubbertape is zachter, prettiger voor blote voeten en wordt vaak gebruikt in huis. Daarnaast zijn er transparante strips die nauwelijks opvallen op mooi hout of steen.
Plak de strips op de voorste centimeters van elke trede, waar je voet bij het afdalen landt. Een strook van ongeveer vijf centimeter breed, een paar centimeter uit de rand, is meestal voldoende. Op een smalle trede kun je ook één doorlopende strook gebruiken, op een brede trede twee of drie strips naast elkaar. Bij Antisliprubbertape vind je per type trap uitleg over welke tape geschikt is, zodat je niet hoeft te gokken.
De voorbereiding is net zo belangrijk als de tape zelf. Maak de trede vetvrij met ontvetter of spiritus, laat hem goed drogen en plak bij een temperatuur boven de tien graden. Druk de strip stevig aan, het liefst met een aandrukroller, en loop er de eerste vierentwintig uur niet op als de fabrikant dat aanraadt. Wie in één keer de hele trap wil aanpakken, kan kiezen voor een set met tape, ontvetter en roller. Op antisliprubbertape.com staan zulke complete sets bij elkaar.
Goed licht en een stevige leuning
Een trap wordt ook veiliger als je beter ziet waar elke trede begint. Een lamp boven aan de trap en een aan de voet geeft al veel. Kleine ledlampjes in de wand of een ledstrip onder de trapneus zorgen dat je ’s nachts de treden ziet zonder het grote licht aan te doen.
Controleer verder de leuning. Die moet over de hele lengte van de trap doorlopen en stevig vastzitten. Een tweede leuning aan de andere kant is een kleine ingreep die veel steun geeft, zeker voor kinderen en ouderen. Voor precieze eisen aan leuningen en trapafmetingen bij een verbouwing kun je terecht bij je gemeente of de regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Buitentrappen en onderhoud
Buiten heeft een trap het zwaarder. Veeg in de herfst regelmatig bladeren weg en haal mos en algen weg met een harde borstel en een groene aanslagreiniger. Strooi in de winter zout of split, maar let op dat zout sommige natuursteen kan aantasten. Antisliptape voor buiten is gemaakt om tegen vocht en vorst te kunnen, maar controleer de randen elk voorjaar. Komt er een hoek los, vervang dan de strip, want een losse rand kan zelf een struikelpunt worden.
Binnen is het onderhoud eenvoudig. Stofzuig de strips mee met de rest van de trap en neem ze af met een vochtige doek. Gebruik geen boenwas of glansmiddel op de treden, want daarmee maak je het hout of de steen weer gladder dan nodig. Zo blijft je trap jarenlang mooi en veilig, zonder dat er een timmerman aan te pas hoeft te komen.

